Tips

Tips die je kunt gebruiken bij het ” beoordelen” van je schilderijen.

Om de kwaliteit van je schilderij “door te meten” kun je de volgende 14 punten gebruiken.

1. Schilderen in veel lagen.
Het schilderij bestaat uit minimaal 4 opgebouwde lagen verf.
Als een schilderij geschilderd is in één laag verf, dan ziet het er “schraal” uit en heeft het de kwaliteit van “een kleurplaat”.
De kwaliteit van een schilderij wordt beter als je verschillende lagen verf over elkaar heen schildert.
Het is belangrijk om transparante of half transparante lagen verf te gebruiken bij het gelaagd schilderen.
Je kunt dan door de lagen heen kijken.
Dit veroorzaakt diepte in je schilderij.

2. Licht/donker werking.
In het schilderij is het gehele gebied van licht naar donker toegepast.
Er zijn delen in het schilderij waarin “het hoogste licht” is gebruikt, meestal Titaan wit.
Tevens zijn er delen in het schilderij die bestaan uit donkere kleuren, bijvoorbeeld een mengsel van Pruisisch blauw en gebrande omber.
Door gebruik te maken van de lichtst mogelijke kleuren en de meest donkere kleuren vergroot je de spanning in het schilderij.

3. Kaderdoorbreking.
Er is sprake van kaderdoorbreking, niet alles past binnen de randen van je schilderij.
Sommige vormen kun je verder “denken/afmaken” buiten het schilderij.
Kaderdoorbreking vergroot de spanning in je schilderij.

4. Oversnijdingen.
Vormen oversnijden elkaar, daardoor ontstaat diepte in het schilderij.
Er is sprake van “voor en achter elkaar”, sommige vormen zijn in het geheel
zichtbaar, sommige vormen zijn afgedekt door een vorm die er voor staat.

5. Groot tegenover klein.
Grote vormen in de voorgrond en kleine vormen in de achtergrond zorgen voor diepte in je compositie.

6. Organische vormen tegenover geometrische vormen.
Gebruik organische vormen ( vormen die in de natuur voorkomen, golvende, zachte vormen )
binnen je schilderij, afgewisseld met geometrische, hoekige vormen.
De afwisseling tussen “zachte en harde vormen” zorgt voor een grotere diversiteit binnen
je schilderij, waardoor je langer geboeid blijft kijken

7. Complementair kleurgebruik.
Maak gebruik van complementaire kleuren in je schilderij.
Als de basis van je schilderij uit veel groene kleuren bestaat, dan werkt
een vlekje rood heel goed als contrast.
Hetzelfde geldt voor oranje tegenover blauw en paars tegenover geel.

8. Uit het midden.
Plaats je meest beeldbepalende element op 1/3 vanaf de linker- of rechterrand van je schilderij.
Vaak levert dit een betere compositie op dan wanneer het meest beeldbepalende element in het midden van het schilderij geplaatst wordt.

9. Horizon op 1/3 of 2/3 deel van de hoogte van je schilderij.
Plaats de horizon in je schilderij op 1/3 deel vanaf de onderkant of bovenkant in je schilderij.
Dit levert vaak een betere compositie op dan wanneer de horizon in het midden van je schilderij wordt geplaatst.

10. Bekijk je schilderij eens vanuit een spiegeltje dat je in je hand houdt.
Je neemt dan letterlijk afstand van je schilderij.
Je ziet het ook nog eens in spiegelbeeld, waardoor je het “onbevangen”  kan beoordelen en goed kan zien waar er verbeteringen in je schilderij aan te brengen zijn.

11. Beperkt kleurgebruik.
Maak eens gebruik van beperkt kleurgebruik.
Kies 2 kleuren en de mengingen hiervan samen met wit.

12. Draai je schilderij eens.
Om de compositie van een abstract schilderij goed te kunnen beoordelen kun je het schilderij elke keer een kwart slag draaien.
Als het schilderij er goed uit ziet in minimaal 2 verschillende posities, dan heb je een goede compositie gemaakt.

    

13. Kleuren terug laten komen/kleuren verdelen.
Het is interessant om een kleur  terug te laten komen in je schilderij.
Dit versterkt de samenhang binnen de compositie.
Let bijvoorbeeld in onderstaand schilderij op de toepassing van het blauw.

14. Scherptediepte.
Schilder het onderwerp scherp en duidelijk tegenover een onscherpe achtergrond.
Dit levert meer spanning en contrast op binnen je tekening of schilderij.